Field - Tips & Tricks

Diversen

Op dierblazoenen weet je de maximale afstand, onthoud deze. Op dierblazoenen lijken de binnenste ringen helderder als de afstand korter is, maar je moet rekening houden met de lichtomstandigheden.

Op veldblazoenen zal de maat van 80cm en 60 cm blazoenen op bepaalde afstanden hetzelfde lijken. Men zal de schutter misleiden in het schatten van de afstand, vooral als men gebruik maakt van een meettechniek. Er zijn verschillende manieren om hierachter proberen te komen:

  • Let op de grootte van het blazoen t.o.v. van de lengte van een persoon uit de vorige groep. Als ze pijlen trekken en het blazoen is zo groot als het complete bovenbeen van de persoon, zal het hoogst waarschijnlijk om een 80 cm blazoen gaan.
  • Kijk met je kijker naar de inslagen in de spot, zijn het er relatief veel en lijken de gaatjes klein, zal het een 80 cm kaart zijn. Anders om, relatief weinig gaatjes en lijkt het alsof er met dikke aluminium pijlen op geschoten is, zal het een 60 cm kaart zijn.
  • Als het "Van Drunen" blazoenen zijn en het logo (links onder) er gemakkelijk 1 maal in de breedte tussen het logo en de buitenste ring past zal het een 80cm blazoen zijn, als het er net tussen kan zal het een 60cm kaart zijn.
  • Let op de dikte van de stramit stroken. Als deze 5 cm zijn, zullen er dus 6 tot de helft van een 60cm blazoen passen.
  • Let op de grootte van de targets. Soms blijven ze gelijk en kan je hier de grootte van een kaart uit halen. 
    LET OP: Soms zet de parcours bouwer er dan ook wel eens een afwijkende maat tussen.
  • Let op de grootte van de baannummer-bordjes, soms is dit ook interessante info. Let hier ook op!
  • Let op de tijd dat een pijl er over doet om het blazoen te raken. Een lange pijlvlucht is dus een ver doel. Opletten dus.
  • Schrijf op welke formaat blazoenen je tegen bent gekomen. Er komen maar 3* 60cm en 3 * 80cm blazoenen op onbekend voor.
  • Let op de hoogte van de pijlinslagen: veel onderin, betekent dat het doel verder weg staat.

Oefen het afstand bepalen, wanneer men een wandeling maakt. Kies een object en schat de afstand. Pas deze dan af, om te kijken of deze goed was ingeschat.

Onthoud dat doelen in een hoek t.o.v. jouw lijn van zicht staan (schuin staan dus), meestal kleiner lijken. Let hiermee op bij het afstand meten. Er zijn wel regels over de hoek waaronder een doel mag staan, maar let toch op.

Oefen met het schieten op de spot en dan 5 meter dichterbij en verderweg te gaan staan met dezelfde vizierstand. Let op hoe de pijlen vallen en onthoud hierbij dan dus de correctie factor voor 5 meter verkeerd schatten.

Bergop schieten

Bij een geringe helling bergopwaarts telt men 1 à 2 meter bij de bekende afstand (afhankelijk van de boog, typen pijlen etc.). 
Bij een steile hellingberg opwaarts verminder je de bekende afstand met 1 à 2 meter (idem).

Bergaf schieten

Bij een geringe helling bergaf: vermindert de bekende afstand met 1,2 à 3 meter, afhankelijk van je boog etc..
Bij een zeer steile helling bergaf: vermindert de bekende afstand met ongeveer 10 meter. Ook hier spelen de spullen mee die je gebruikt. Bij bijna steil schieten zal je ervaring je moeten helpen.

Wanneer je naar boven of naar beneden schiet op een berg, dan zijn zware (langzame) pijlen meer gevoelig voor de aantrekkingskracht van de aarde als de lichte (snelle) pijlen.

Onthoud dat wanneer men langs een heuvel/berg schiet, dat je de boogtop in de richting van de heuvel/berg kantelt. Dit voorkomt dat je van de heuvel/berg af gaat leunen (hou je vizier dus recht).
Sommige schutters geven er een voorkeur aan om berg op / neerwaarts te schieten met een gesloten voetenstand i.p.v. een open stand. Probeer beide uit en pas toe wat voor jou het beste is. 
Andere schutters zullen beweren dat zij geen meters optellen bij een LICHTE helling berg opwaarts, maar wel meters eraf halen bij een steile helling op of neerwaarts. Beoefen dit en trek je eigen conclusies.

Vizierafstanden

Wanneer men aan veldschieten doet zal men vizierafstanden moeten hebben voor elke 5 of 10 meter. Als je, door welke reden dan ook, de afstanden niet kan inschieten voor een wedstrijd is er een nomogram dat het mogelijk maakt om alsnog de vizierafstanden te bepalen mits men de 20 of 30 meter en de 60 of 70 meter vizierafstanden hebt. Gebaseerd op deze twee markeringspunten zal dit nomogram een adequate vizierstand voor de rest van de afstanden opleveren. Afstanden kleiner dan 20 meter kunnen op deze manier niet bepaald worden. Voor compound zal de kortste vizierafstand ongeveer 25 meter zijn bij lichte snelle carbon pijlen.

Weersomstandigheden

Zonlicht zal het richten beïnvloeden in zijwaartse richting, omdat het zonlicht de pees "verlicht" of op je richtmiddelen komt vanuit verschillende richtingen, links, rechts, voor of achter. Oefen het schieten met de zon komend van verschillende standen en hoeken en leer hiervan de effecten en invloeden op het richten.

Wind zal het richten en de pijlvlucht ook beïnvloeden. In tegenstelling tot doelschieten zal de wind verschillend zijn bij ieder doel. Dit komt omdat de schutter zich verplaatst van doel tot doel. Ditzelfde geldt natuurlijk ook voor de lichtval. Leer jezelf aan dat je de boog "leunt" in de windrichting, ook afhankelijk van de windsterkte. Dit zal de afwijking van de pijlvlucht verminderen. Door deze methode verlies je niet het center shot, iets dat wel gebeurt bij het steeds verstellen van je vizier.

Veel ervaren schutters geven de voorkeur aan iets leunen of steken bij zijwaartse wind. Dit betekent dat zij min of meer naast de spot mikken.

Als men schiet bij zeer sterke wind probeer dan knielend te schieten. Dit zal de lichaamsgrootte verkleinen t.o.v. de wind.

Wanneer je je zijwaartse vizierafstelling steeds verandert (wind) van doel tot doel, is het waarschijnlijk dat het licht er invloed op heeft. Hierdoor is de pees niet goed zichtbaar. Je kan hiervoor verschillende kleuren serving proberen en verschillende manieren uitlijnen oefenen. Compoundschutters kunnen verschillende peep-sights en scopes proberen.

Zowel wind van voren als van achteren zal invloed hebben op de pijlvlucht. Ook regen heeft een grote invloed op de de pijlvlucht. Niet alleen door de regen zelf, maar ook door een natte pees en pijlen. Beoefen dit om te weten wat de invloed is.

Diversen 2

Kleding kan ook invloed hebben, train dan ook met kleding die je denkt aan te trekken. Bekijk wat voor jou gemakkelijk is. Sommige schutters geven de voorkeur aan wollen kleding i.p.v. een regenpak. Wol houdt je warm ook als het nat is.

Je mag reglementen bij je dragen of delen ervan (doelafstanden). Je mag geen geschreven of electronische aantekeningen bij je dragen die behulpzaam kunnen zijn met meten/schatten of richten (ook geen hoekmeter hellingen).

Kennismaken?

Kom eens langs in het Fort van Lier! U kan elke vrijdagavond bij ons terecht vanaf 20u en elke dinsdagavond van 20u tot 22u.
Kom een kijkje nemen hoe een avondje training eraan toe gaat of om iets drinken in ons clublokaal.